bijzonder cambodja
Een standaard periode in Cambodja bestaat uit een aantal dagen Siem Reap en een aantal dagen Phnom Penh. Dat vonden we te kort, zeker gezien het feit dat we de Schafies in Vietnam gaan ontmoeten, en we nog een paar dagen over hadden. De paar dagen Siem Reap werd dus bijna een week, om daarna een boottocht te maken over het Tonlé Sap Lake en de rivier op naar Battambang. Op het meer wonen veel lokalen in de zogeheten 'floating villages', een soort bamboe woonboten. Het mooiste aan de reis was toch wel het feit dat alles zéér groen was, veel lelies in het water en vele soorten groen op de oevers, zeker de rivier naar Battambang was prachtig! Bomen, gewas en prachtige vogels (het Prek Toal Bird Sanctuary is hier vlakbij) maakten dit tot een verrassende en mooie bootreis! Het feit dat we halverwege vast zaten (want het blijft het begin van het regenseizoen, dus laag water) kon de pret niet drukken.
Aangekomen in Battambang bleek dit een klein stadje te zijn dat bijzonder weinig te bieden heeft, afgezien van een aantal oude Franse gebouwen en aerobics-lessen in het park (observatie: zeer vermakelijk). Gelukkig is de omgeving prachtig, dus hebben we een scootertje gehuurd en hebben we de omgeving verkend. We hebben een tempel bezocht die door de Khmer Rouge gebruikt werd als gevangenis, en een bijliggende grot die werd gebruik om de omgebrachte gevangenen te 'dumpen'. De tegenstrijdigheid van de heilige tempel en zeer zwarte periode waarvoor deze gebruikt werd is moeilijk te beschrijven. Onze gids vertelde ons het wat en waarom, hetgeen alle vorm van logica te buiten gaat.
Na de tempel hebben we en binnendoor-weggetje gepakt naar een andere tempel. Deze weg was onverhard (lees: heel veel puntige stenen) en het duurde dan ook niet lang alvorens we een lekke band hadden, want twee Hollanders op een scooter was toch een beetje teveel van het goede. Na handen en voeten met een passerende Cambodjaan, wees hij ons een richting op en sprak de woorden 'near, near', dus we gingen die kant op. Na een kilometer kwamen we een uithangbord tegen (een band met een pijl) en wisten we dat we bij een lokale fietsenmaker waren. Een half uur later konden we weer verder, en dat zonder een woord Engels of Khmer. De stop, en het échte lokale leven was het ongemak van de lekke band meer dan waard! Op de terugweg van de andere tempel zijn we in de grootste hoosbui uit onze reis terecht gekomen, waarna we als verzopen katjes in ons guesthouse aankwamen.
De volgende dag zijn we naar Phnom Penh gegaan, waar het bij aankomst zo hard aan het regenen was dat onze tuktuk kapot ging vanwege water in het blok (zo hoog stond het water dus) en de tweede tuktuk ons niet bij ons guesthouse wilde afzetten om dit te voorkomen. 'Dat valt toch wel mee???' dachten we nog, maar na zelf een stukje wandelen bleek het water op plekken tot aan onze westerse knieën te staan, niet ideaal voor de mechanische onderdelen van een tuktuk. In Phnom Penh hebben we natuurlijk de Killing Fields en S21 bezocht. Op de Killing Fields (officieel Cheong Ek Genocide Museum') heeft de Khmer Rouge ruim 17000 mensen vermoord en in massagraven begraven, S21 was een highschool die door de Khmer Rouge gebruikt werd als gevangenis, en nu fungeert als 'Tuol Sleng Genocide Museum'. De term 'Genocide Museum' is een naam die de plek eer aan doet, een nare maar educatieve plek.
Beter nieuws in Phnom Penh is natuurlijk NL-Brazilië, in onze zoektocht naar een goede plek om de wedstrijd te bekijken kwamen we terecht in dé oranje bar van Cambodja! De Nederlandse eigenaar had 'boven' een groot projectiescherm met drie grote banken, dus hier hebben we de wedstrijd bekeken met nog zo'n 25 Hollanders, beneden zat er nog zo'n 35man in het oranje. Het feit dat het Nederlandse commentaar (lang leve skype!) een halve seconde te laat was kon de pret niet drukken. 2-1, wat een wedstrijd!
Om de drukte van de stad even te ontvluchten hebben we een aantal dagen aan het strand geboekt, want Cambodja heeft een strand! En wat voor één! Een bungalow aan het strand, BBQ óp het strand en tapbier voor $0,50 is redelijk vertoeven :) Ook hier in Sihanoukville hebben we een dagje een scooter gehuurd (nu maar twee, dan hebben we geen lekke band) en hebben we de twee geocaches gedaan die hier in de omgeving liggen en een aantal prachtige strandjes gezien. NL-Uruguay hebben we gekeken in de lokale bioscoop en vandaag hadden we een dagje Island-hopping op de agenda staan. Prachtige hagelwitte stranden, jungle op loopafstand (dus dat hebben we dan maar gedaan), mangroven in de rivier op loopafstand (zie jungle) en een barracuda van ruim een meter gevangen (dus verse sashimi een uur later). Dit alles op een boot van 3 verdiepingen, waar goed vanaf te springen is, met muziek en koud bier op de tap.
Morgen terug naar Phnom Penh voor de finale, Spanje here we come!
Ankor What?
Na een late aankomst in Siem Reap (de stad bij Ankor Wat), uitslapen en NL-Kameroen kijken tot 4uur in de nacht (dus nog een keer uitslapen) hebben we besloten om naar de tempels te gaan kijken. Van een paar Nederlandse meiden die we in Luang Prabang hebben ontmoet hadden we het telefoonnummer van een bijzondere tuktuk gekregen (althans, van de eigenaar van de tuktuk). Gezien het feit dat we een tuktuk zouden delen met een Zweeds koppel (wat we in Tat Lo hebben ontmoet) moesten we eerst in de stad op zoek naar Nina en Oskar (dat klinkt vriendelijker dan 'het Zweedse koppel'). Binnen een half uur hadden we elkaar gevonden, dus direct besloten dezelfde middag naar de zonsondergang te gaan kijken bij Ankor Wat, en de twee dagen aansluitend te vullen met tempels kijken.
We kunnen er lang of kort over zijn, maar de korte versie is: de tempels van Ankor Wat zijn GEWELDIG! Het is moeilijk om de grootsheid van de tempels in woorden onder te brengen, of zelfs op foto te zetten, maar we hebben het geprobeerd. Wat onze dagen bij Ankor Wat een extra vleugje comfort en relaxation gaf, was onze tuktuk. Borei's Rock 'N Roll TukTuk! De tuktuk is uitgerust met een DVD-scherm (waar documentaires over de historie van Ankor Wat op gekeken kan worden), complete muziekinstallatie (inclusief subwoofer en 2x6” speakers), microfoon voor Borei (om ons meer te vertellen over de tempels terwijl we in de tuktuk zaten) en een allerlei aan discoverlichting, inclusief zwaailamp. Dit alles zou echter niet compleet geweest zijn zonder Borei. Borei is zo gek als een deur en tikt tegen ADHD aan wat mij betreft. Zijn tomeloze energie brengt een lach op je gezicht, zelfs al ben je al meer dan 12 uur op de been (want zonsopgang is iets heel moois!) en ben je gaar van alle trappen met bizar hoge treden die verrassend smal zijn. Als het stil werd achterin de tuktuk klonk het steevast Is everybody still happy???? en was alles weer goed! Ook het stopwoordje YOYOYOYO is gemakkelijk over te nemen en hoor je overal waar je komt, want Borei is een lokale beroemdheid volgens ons. Zeker de kinderen vinden zijn tuktuk geweldig en kijken graag een filmpje als de toeristen bij de tempels zijn. (zie foto's)
Om de tempels af te sluiten hebben we er nog een dagje aan toegevoegd en zijn we naar een van de tempels gegaan die verder buiten het park ligt, Banteay Srei. Deze tempel wordt gezien als 'the jewel on the crown of the Ankorian Empire' (wat in het Engels toch een stuk mooier klinkt dan in het Nederlands), vanwege het feit dat de tempel in bijzonder goede staat is. De details van het beeldhouwwerk is prachtig, zeker gezien het feit dat de tempel meer dan 1000 jaar geleden gebouwd is. Ook dit was een prachtige trip en de 35km enkele reis meer dan waard!
Verder is Siem Reap een prima stadje met een gezellig drukke Pub Street (zo heet hij echt) met gigantische schermen voor het WK en een tapbiertje voor $0,50, dus goed uit te houden. Je merkt hier echter wel dat dit de meest toeristische plek is waar we tot nu toe zijn geweest, en je kan geen meter lopen zonder dat er iemand 'tuktuksir?' roept, en als je over de markt loopt hoor je bij elk stalletje het prachtige woord 'buysomethingsir?'. Gelukkig blijft het meestal bij deze ene vraag, zeker als je lacht en 'no thank you' zegt, iets wat na een paar dagen zo natuurlijk is als ademen.
Been There, Don Det
Na onze Culture Clash van vorige week waren we toe aan een beetje civilisatie, dus besloten we naar Vientiane te gaan, de huidige hoofdstad van Laos (vroeger was Luang Prabang de hoofdstad). Vientiane op zich had ons niet zo veel te bieden, maar het leek ons een goede stad om de eerste wedstrijd van 'ons' Oranje te zien. Na een dagje rondlopen door de stad (en natuurlijk een Geocache gedaan te hebben) hadden we de stad wel gezien en konden we beamen dat de stad niet zoveel te bieden heeft aan de toerist, afgezien van een uitvalsbasis het land in. Ruim op tijd voor het voetbal zijn we op zoek gegaan naar een goede bar met groot scherm, en we zaten om 17:30h (ruim op tijd dus) op de beste plekken voor de TV. De beamer met groot scherm kon pas na 19:00h gebruikt worden, want daar was het nog te licht voor, waardoor we de eerste 30min op flatscreen hebben moeten kijken. Erg he? Na een kwartiertje bedachten we dat het wel leuk zou zijn als er nog één of twee andere mensen in Oranje zouden komen, want we waren (45 minuten voor het begin van de wedstrijd) de enige. 5 minuten later kwamen inderdaad 2 andere in oranje geklede Hollanders binnen, met in hun kielzog nog ruim 20 man! Het bleek dat de lokale Expat-vereniging ook in deze bar de wedstrijd kwam kijken. Erg gezellig en we hebben zelfs een paar dropjes gegeten! :D Had Vientiane toch nog iets te bieden :)
Vanuit Vientiane besloten we de nachtbus te nemen naar Pakse, een stad in het zuiden van Laos, en zo het midden over te slaan omdat het zuiden en het noorden de mooiste delen van Laos schijnen te zijn. De nachtbus had bedjes van 1.80m bij 1.20m, dus ruim genoeg voor twee lokalen. Of voor twee Hollanders. Dit werd dus een nacht van weinig slapen. Aangekomen in Pakse konden we overstappen op een bus naar Tat Lo, een dorpje in the middle of nowhere, waar toerisme nog niet zo ontwikkeld is, en dus rustig en authentiek is. Tevens heeft dit dorpje een tweetal prachtige watervallen te bieden alsmede een waterval die nu helaas 'uit' staat omdat er bovenaan de waterval een waterkrachtcentrale staat, en maar 1 à 3 keer per dag water 'geeft'. Dit natuurlijk niet op vaste tijden, dus we hebben de contouren mogen bewonderen, maar geen water. De trekking om deze watervallen te bereiken was zeer de moeite waard, daar we door de lokale natuur en dorpjes zijn gelopen. Rijst, pinda's, pompoen, koffie, tabak, chilipeper, banaan, ananas, alles groeit lokaal, en door elkaar heen. Helaas hebben we hier geen voetbal kunnen kijken, omdat Thailand zijn financiële bijdrage niet had geleverd, en dus het signaal werd afgesloten zodra er voetbal was. (TV wordt hier gekeken met satelliet, het signaal komt uit Thailand).
Als afsluiter van ons Laos-avontuur hebben we gekozen voor Don Det, een van de eilanden van Si Phan Don (Four Thousand Islands), het zuidelijkste puntje van Laos, waar de Mekong een soort delta vormt, alvorens het weer gewoon één rivier wordt. In deze delta zijn een aantal eilanden te vinden, ondanks zijn naam, die zou vermoeden dat dit er 4000 zouden moeten zijn, zijn een een aantal interessante eilanden, waaronder Don Khong (het grootste eiland, vol met Koreaanse en Japanse toeristen in dure resorts), Don Det en Don Khon (twee eilanden die bekend staan om hun relaxte sfeer en onbeperkte aanwezigheid van hangmatten). Om hier te komen moesten we vanuit Tat Lo eerst 2,5uur in een grote bus naar Pakse, om daarna een lokale bus (een S?wngth?ew, een pick-up met twee banken in de lengte van het voertuig) te pakken naar Ban Nakasang, alvorens de boot te pakken naar Don Det. De busreis naar Pakse was goed, de rit met de S?wngth?ew zou 2½ uur duren (dus duurde 4uur) en was hobbelig, warm en vooral heel stoffig. Een aantal restaurants hadden blijkbaar een paar kratjes BeerLao besteld, en deze werden voor de deur afgeleverd, samen met kratten fruit, noten en rijst. Dat hier dan 5km onverharde weg aan vooraf gaat (en weer terug) is heel normaal. Aangezien we achterin zaten, en alle stof een rood-bruine kleur heeft, waren we na 4 uur niet meer als blanke te herkennen. Inburgeren kost hier maar 4 uurtjes :)
Aangekomen op Don Det hebben we besloten niet voor een kamer te gaan met een shared bathroom, maar met een eigen badkamer, waardoor onze kamer 50% duurder werd en nu 30.000 kip per nacht kost (€3,00). Hierin inbegrepen is een veranda over de Mekong, inclusief twee hangmatten. Erg naar allemaal. Hier hebben we besloten een aantal dagen te blijven en op te laden voor een busreis van 14uur naar Siem Reap, Cambodja. Lekker een boekje lezen in de hangmat, fietsje huren en de twee eilanden over fietsen, Oranje-Japan kijken (want Thailand heeft betaald, dus die hebben we kunnen kijken!) BeerLao drinken bij de zonsondergang over de Mekong, dagtripje naar de waterval... Ja, dat is wel een paar dagen vol te houden :)
Culture Clash
Na een paar dagen welverdiende rust in Luang Prabang stond de minivan klaar om ons naar Phonsavan te vervoeren. Phonsavan is een klein stadje dat niet veel te bieden heeft, afgezien van de 'Plain Of Jars'. Tenminste, dat dachten we. Bij het boeken van een tour in de omgeving hebben we ons hart gevolgd en iets meer geld uitgegeven om met een goed geïnformeerde, goed Engels sprekende gids mee te gaan. Zijn vader heeft in de jaren '90 de Plain of Jars open gesteld voor toerisme, en de kennis is overgedragen van vader op zoon.
De eerste uren van de tour had echter niets met deze eeuwenoude potten te maken, maar met een minder vrolijke periode van deze regio, de Secret War. Zoals elke Nederlander krijg je mee dat de oorlog in Vietnam geen prettige periode is geweest. Wat we echter niet wisten, of althans niet op deze schaal, is de oorlog die náást Vietnam plaats vond, namelijk in Laos, met als centrum de regio van Phonsavan. De Viet Cong gebruikte de bergen in Laos als smokkelroute van noord naar zuid Vietnam, en de CIA had hier zijn hoofdkwartier. Amerika heeft de omgeving kapot gebombardeerd om de Viet Cong te vinden, en één van de lokale vliegvelden was in die tijd de drukste ter wereld, met 450 vluchten per dag (!!). In Laos zijn in die tijd meer bommen gegooid door de Amerikanen dan alle bommen in Europa tijdens WOII. Het resultaat is, helaas, nog steeds goed zichtbaar. Tijdens een korte wandeling door een van de heuvels wees onze gids ons op de kraters op bergen en in rijstvelden, en tevens op de niet-ontplofte clusterbommen, mortieren en landmijnen die nog overal te vinden zijn. We spraken met een plaatselijke boer, die de afgelopen jaren diverse koeien heeft verloren aan de landmijnen uit die oorlog (zelfs een die een landmijn probeerde op te eten, iets wat blijkbaar niet aan te raden is). Het is wel goed om te zien dat de bevolking veel overblijfselen gebruikt om het eigen leven beter te maken, zo hebben we een dorpje bezocht waa Clusterbom-casings gebruikt worden als versteviging van de hekken, en een huis gebouwd is op de staarten van bommen om het hout bij regenval te beschermen tegen het water (zie foto, dat is duidelijker dan mijn tekst). Een brug over een van de slootjes tussen de rijstvelden is het chassis van een legertruck, en als een paal van een schutting doorrot pak je gewoon een machinegeweer wat nog in het land ligt. Dit alles zorgt voor een hele vreemde gewaarwording, omdat dit enerzijds een prachtig land is met geweldig uitzicht en heel vriendelijke mensen, terwijl je anderzijds wordt geconfronteerd met een duister verleden. Een heel interessant en bizarre ochtend.
's Middags zijn we naar de Plain of Jars gegaan, een verzameling van stenen potten die vroeger (waarschijnlijk) in een begravenis-ritueel gebruikt werden. Gezien het feit dat de potten van steen zijn kan er geen carbon-dating worden toegepast. Er zijn wel teksten in China gevonden uit 2500 BC waarin deze potten benoemd zijn, dus er wordt aangenomen dat ze tenminste zo oud zijn. Onze gids heeft ons een berg aan informatie gegeven over de Jars, waarvan 90% natuurlijk al vergeten is, maar het was een erg indrukwekkende trip!
Na deze dag van tegenstellingen (prachtige omgeving, zwart verleden) hebben we de bus naar Vang Vieng gepakt, om klaar te zijn voor de volgende Culture Clash. Vang Vieng staat bekend als dé party-spot van Laos, waar alle barretjes een eigen serie non-stop uitzenden (Friends en Family Guy zijn favoriet) en de toeristen in overvloed zijn. Tóch hebben we ons door de prachtige omgeving laten verleiden om deze stad aan te doen. Eén van de trekpleisters van Vang Vieng is het Tuben, waarin je je op een opgeblazen binnenband de Namsong River af laat zakken. Om de 100m zit een barretje aan het water met gratis whiskey-shots en koude BeerLao voor een schappelijke prijs. Je kan je dan ook voorstellen dat vanaf 14:00h de rivier bezaaid is met in mindere of meerdere mate beschonken individuen. Om deze reden besloten wij om om 11:00h aan de reis te beginnen, waardoor we bijna de hele rivier voor onszelf hadden. 'oh, jullie zijn al klaar? Is het al een beetje druk dan?' was de reactie van de aanwezige Nederlandse alcohol-toerist, die maar niet begreep dat er mensen zijn die voor het uitzicht op de rivier liggen. Dan maar praten over voetbal :)
ps. er staan foto's bij de vorige update! vorige keer geen beste verbinding, dus foto's niet gelukt, net als het updatemailtje. (dus nu dubbel zoveel lezen :D)
Sabaidee
Na een paar dagen in Huay Xai gezeten te hebben, waar we niet zo veel gedaan hebben behalve onze laatste bath opgemaakt te hebben aan Beer Lao en pizza :-), zijn we door gereisd naar Luang NamTha, een stadje in het groene, bergachtige noorden van Laos.
In Luang NamTha hebben we mountainbikes gehuurd om de omgeving te verkennen. Via een mooie route door de vallei zijn we naar berg gefietst waarna we onze tocht te voet naar de tempel voort zetten. Teruggekomen bleek Joeri een lekke band te hebben... En, natuurlijk was het op dat moment het heetst moment van de dag om terug te lopen naar het dorp. Na een paar minuten werd besloten dat Jolanda terug zou rijden naar het dorp om een tuk-tuk te halen om Joeri halverwege tegemoet te komen. Zo gezegd, zo gedaan. Later die dag, zijn we meteen weer terug in het zadel gesprongen en hebben we nog een mooi tochtje gemaakt naar de lokale waterval. Toen we door de kleine dorpjes reden kregen we onderweg veel bekijks van de lokale kinderen. Iedereen begon te zwaaien, de meisjes waren Joeri handzoentjes aan het geven, en we werden begroet met heel veel 'Sabaidee' wat 'hallo' betekent in het Lao. Super schattig!
De volgende dag hebben we ons gewaagd aan een 2-daagse trekking door het National Protected Area van Luang NamTha. De eerste dag was ZWAAR! 6 uur omhoog lopen zijn onze Nederlandse benen niet gewend en met veel pijn en moeite en na een fikse regenbui, kwamen we, na en geweldig uitzicht, aan bij ons junglehutje. Daar hebben onze gidsen een kampvuurtje en een heerlijke maaltijd voor ons klaargemaakt. De natte schoenen werden gedroogd aan een kampvuur en we voelden ons echt survivors in de jungle! Na genoten te hebben van een ontzettend heldere sterrenhemel hebben we ons opgemaakt voor de nacht. De volgende dag konden we meer genieten van de omgeving doordat we nu langzamerhand naar beneden liepen en werden we ingelicht over verschillende flora en fauna in de natuur. 4,5 uur later waren we weer terug in het dorpje! Wat een tocht, maar super gaaf!
Nu zitten we sinds een paar dagen in Luang Prabang, de oude hoofdstad van Laos. En ook hier vermaken we ons prima. Gister hebben we onder begeleiding van een super enthousiaste gids, die met naam in de eerste Laos Lonley Planet genoemd staat, een tocht over de Mekong rivier, naar de watervallen gemaakt. Na onze eerste watervallen in de Filipijnen en Thailand waren we redelijk sceptisch over wat van deze waterval zou brengen. Nou, het heeft onze verwachtingen overtroffen! Wat een plaatje en wat een heerlijk verkoelend water na een warme dag op het water!
Chiang Mai
Na een paar dagen in Puerto Princesa zat ons Filipijnen-avontuur erop en vlogen we 25/26mei naar Chiang Mai, Thailand. Helaas was er geen directe vlucht, dus waren we genoodzaakt om op Kuala Lumpur te overnachten, half slapend en 25 potjes FreeCell later waren we gereed om om 05:00h een ticket te kunnen kopen voor onze vlucht van 06:55h naar Chiang Mai.
Wat een heerlijke stad is dat toch! Een prachtig oud centrum met slotgracht en ruïnes in de stad, meerdere Geocaches, vriendelijke mensen, lekker eten en goedkope accommodatie. Ons Guesthouse had zelfs een pooltafel! We hebben Chiang Mai gebruikt als inkoop-oord, want Joeri had nog een paar langen broeken nodig om de jungle mee in te gaan (een witte linnen broek is niet de beste optie, en een spijkerbroek is wel een beetje warm), en verder natuurlijk een horloge, een Puma zonnebril 'made in Italy' (ja tuurlijk) en op de markt zelfs een aantal shirts in Joeri's maat gevonden! Jolanda heeft zich helemaal uitgeleefd en een Burburry polo gekocht (een echte volgens de verkoper :p). Dit alles natuurlijk, na afdingen, voor een zeer schappelijke prijs. En na zo'n dag hard werken is een Thaise massage natuurlijk niet te onderschatten.
Als activiteiten hebben we een behoorlijk aantal kilometers gelopen op zoek naar diverse Geocaches en hebben we een 1-day trekking gedaan naar twee hilltribe-dorpjes, een waterval en een olifantenopvang. Op de terugweg zijn we met een bamboe-raft de rivier afgedaald, maar vanwege het feit dat het een nationale feestdag was (Big Buddah Day) verkeerde iedereen in een nogal uitgelaten (lees: beschonken) toestand, waardoor we de reis iets natter dan strikt noodzakelijk hebben moeten afsluiten. Wel een zeer leuke en relaxte ervaring! 's Avonds waren bij de verschillende tempels (Wats) festiviteiten vanwege de nationale feestdag en hebben we genoten van optochten, dans, muziek, en vuurspuwende lokalen. Dit alles natuurlijk afgewisseld door een welverdiend Chiang-biertje.
Na een paar dagen in Chiang Mai hebben we de overtocht naar Chiang Khong gemaakt, waar we de meest kneuterige grensovergang ooit hebben gedaan. De grens tussen Thailand en Laos (want daar zijn we nu) wordt vertegenwoordigd door de Mekong River, waarbij je aan de ene oever Thailand verlaat, en aan de andere oever je visa moet regelen (die na 16:00h $1 extra kost om een of andere duistere reden) voordat je het land in mag. De boot om de Mekong over te steken (er zijn immers geen bruggen in de nabije omgeving) is kleiner dan een rondvaartboot door de grachten van Amsterdam, maar heeft wel een hele berg meer charme :)
Port Barton en Sabang
Zo. Port Barton. Compleet verwijdert van enige vorm van civilisatie zaten we in een klein resort voor 200 Pesos minder dan de normale prijs (het afdingen is begonnen) en hadden we wederom een prachtig uitzicht over strand, zee en zonsondergang. Palmbomen in je voortuin gaan niet snel vervelen :) (zie foto's). Verder hebben we gedoken met een zeer bijzondere duikshop, die gerund word door een verstrooide, praatgrage Duitse dame en de divemaster zwom zijn eigen rondje (dan moet je maar bijblijven). Gelukkig was één van de andere duikers een ervaren duiker (Instructeur) die ons goed in de gaten hield. Bij de tweede duik was dit nodig omdat ik er achter kwam dat zwemmen in het koudere water, dan bij El Nido en Coron, zonder wetsuit best veel van je lucht vraagt. Gelukkig hebben Jolanda en ik net de cursus achter de rug, dus we hebben kunnen oefenen op Buddy Breathing :) Tijdens de tweede duik wel een stuk of 5 Stingrays gezien (wat bewegen die prachtig onder water zeg) en een batterij aan koraal en vissen. Ik ben benieuwd hoe duiken in Nederland is :)
Na twee nachtjes hielden we het voor gezien en zijn in de jeepney (zie foto's voor de mensen die niet weten wat een Jeepney is) naar Puerto Princesa gestapt, want we moesten pinnen. Puerto heeft de enige werkende ATM's van het eiland die ook iets kunnen met een pinpas uit Nederland, dus we moesten een tussenstop maken. Puerto was interessant, eerst een proper overnachtingsadres geregeld, de adressen uit de Lonely Planet zaten vol, dus we zijn afgegaan op het advies van de bestuurder van de Tricycle, waardoor we voor het eerst sinds onze reis in een kamer met Airco hebben geslapen (het genot!). Daarna de stad ingegaan en wat te eten geregeld, maar werden verstoord door opdringerige bedelaar, van alle leeftijden (8-88, als een Ravensburger-spel zeg maar) die zelfs op je schouder tikken als je bij de bakker een broodje haalt. Erg jammer, en we hadden honger, dus dat viel niet zo best. Gelukkig was het brood erg lekker! Na het pinnen, waar we begroet werden door een security-guard met een shotgun, hebben we bij de Dunkin' Donuts een slushpuppie genuttigd, waar de deur werd open gedaan door een security-guard met een gummiknuppel, waarna we terug gegaan zijn naar het hotel voor een powernap, waar ik zag dat de security-guard een pistool had. Toch maar even vragen bij de receptie waarom. 'Dat is voor de veiligheid van de klanten' (oh echt?) maar verder is er geen criminaliteit in Puerto hoor! Dus.
Na één nachtje (en 10.000 peso's in cash rijker) zijn we na het ontbijt naar de busterminal gegaan om de jeepney van 12:00h te pakken naar Sabang. We waren er om 10:45h, en de Jeepney reed bijna voor onze neus weg. Hij zat vol. Gelukkig is het Filipijnse begrip van vol anders dan het Nederlandse, want anders hadden we niet mee gekund met de jeepney die slechts 5kwartier te vroeg wegrijdt. Er is altijd plek op het dak, dus Joeri klimt naar boven en Jolanda zit in de deuropening (hoezo geen ruimte!?!). Bovenop ging echt álles mee: tassen, zakken ijs, tonnen, en een ventilator (oh!). Na anderhalf uur zijn we gestopt na een sissend geluid, deze lekke band gaf ons de mogelijkheid even te herschikken, de benen te strekken en een foto te maken van de mensen in en op de jeepney, want waarom zou je eraf/eruit gaan als iemand de jeepney moet opkrikken om een wiel te vervangen? (houd bij het bekijken van de foto rekening met het feit dat er ongeveer 25-30 man zich buiten de jeepney bevond, dus het werd een stukje drukker dan de foto). Tevens is de vraag van: 'waar gaan alle apk-afgekeurde banden naartoe?' beantwoord, want de nieuwe band was 100% afkeur in Nederland, waar je zag het canvas nog niet, dus die kon nog wel even mee! De rest van de rit ging prima (paps: je petje is een life-saver! Dank!) en we zijn ingecheckt in Sabang.
Bezweet en moe van de reis (jezelf 3uur lang vasthouden aan niets op een hobbelige weg is best vermoeiend) hebben we besloten een duik te nemen in de zee. Deze is toch zeker 35meter verwijderd van onze cottage, dus die moest eraan geloven. Toen we 5 minuten in de zee lagen begon het knetterhard te regenen, wat een zeer interessante ervaring was. Warm water en koele regen. Iets wat je in Nederland niet echt snel zal meemaken.
De nachten in Sabang zijn ook warm, omdat er maar elektriciteit is van 18:00h tot 22:00h, dus na 22:00h valt de ventilator stil. Gelukkig was het iets afgekoeld door de regen, en kwam er een briesje de cottage binnen door de open ramen. Het briesje was echter niet het enige wat naar binnen kwam door het open raam, dus halverwege de eerste nacht werd Joeri gewekt door het kriebelende gevoel van een kakkerlak over zijn rechter schouder. Hoort erbij geloof ik :p
De volgende dag wilden we de Subterranean River gaan bezoeken, een ondergrondse rivier van ruim 8km lang, die door grotten van kalksteen stroomt en je met een bootje ruim anderhalve kilometer kan volgen. Voorafgaand aan de Subterranean River is een Jungle Trail, een pad door de Jungle van 5,2km om bij de ingang van de grotten te komen (je kan ook met de boot, maar als we er toch zijn). Helaas bleek om 07:45h dat alle kaartjes voor de dag verkocht waren, dus maar kaartjes geregeld voor de dag erna. Dan maar een hike van 2km naar een waterval. Nou was de hike langs het strand (dat kan mákkelijk op je slippers!) maar het was een behoorlijke belevenis om over stenen te klauteren (want niet elk strand heeft zand hier) en de gids vervloekend dat we onze goede schoenen niet aanhadden. Na een klein uurtje waren we bij de waterval, deze bleek meer een waterdrup, maar de overwinning was daar. De terugweg ging prima, en zelfs nog een aantal spelende apen in de jungle aangrenzend aan het strand mogen bewonderen.
Wat ons echter zwaar viel was de verschrikkelijke hitte die al om 10:35h aanwezig is, dus de beslissing genomen om de volgende morgen om 05:45h de wekker te zetten en zo vroeg mogelijk aan de Jungle Trail te beginnen. De Jungle Trail was gaaf! Veel zwaarder dan wat we verwacht hadden (waarom zou je om een berg heenlopen als je er ook overheen kunt?) en halverwege sprak Jolanda de legendarische woorden: 'ik geloof dat we het ergste achter de rug hebben'. Het tegendeel bleek waar. Gelukkig een aantal bijzonder kleurrijke salamanders, diverse vlinders en wederom een aantal apen gezien, dit maakte het hele avontuur compleet. Compleet uitgeput en ruim 4liter water later kwamen we bij de ingang van de Subterranean River aan. Hier bleek een sanctuary van Monitoring Lizards te zijn, de grootste lizard in Azië na de Komodo, erg indrukwekkende en sierlijke beesten! De Subterranean River zelf was zeer interessant en zeker aan te raden voor iedereen die nog eens in Sabang komt!
El Nido Baby!
Na een slopende en interessante 7 uur op een boot(je) over golven van anderhalve meter en uitzicht over de meest prachtige eilanden en afgelegen strandjes kwam El Nido dan toch in zicht. Een prachtig dorpje tussen twee kliffen gepropt met de meest prachtige zonsondergang mogelijk (wat mij betreft mag Palawan omgedoopt worden naar Sunset Island!) en een breed strand wat met hoog water niet bestaat, maar met laag water zeker 25meter breed is.
Na aankomst hebben we de rugzakken opgedaan en zijn we op zoek gegaan naar onderkomen. Ondanks het feit dat het erg rustig aandoet was bijna alles vol, waardoor we ons budget flink hebben moeten oprekken naar €15 per nacht voor een kamer van 35m2 met eigen badkamer :) Een zeer prettige bijkomstigheid is dat ons nederig onderkomen tegenover een lokale duikshop is gepositioneerd, waardoor enige vorm van reistijd naar de duikshop tot een minimum kan worden gebracht.
De eerste dag hebben we een Island-Hopping gedaan, waarbij we een Bangka met een Brits koppel hebben gedeeld en we van diverse prachtige eilanden, stranden en snorkel-plekken hebben kunnen genieten. Dit Britse koppel is bezig met een rondreis van 2jaar, waarbij onze 4maanden lijkt op een weekendje weg :p. De lunch tijdens deze dag bestond uit rijst (wat een verrassing), groenten en twee uur eerder, op de heenreis, gevangen tonijn (redelijk vers dus :p). Een bezoekje aan de Secret Beach was zeer memorabel! Er moest tussen de rotsen door gesnorkeld worden, een gat van ongeveer 2m bij 4m was (75% onder water) bood uitkomst. Na deze doortocht gaf een prachtig binnenplaatsje zich prijs vol koraal, vissen, krabbetjes en een prachtig strand. Helaas geen foto's van de Secret Beach, ik laat het over aan jullie verbeelding.
De volgende dag was Diving-Day! Bij de eerste duik hebben we onder, om en door kalksteenformaties gezwommen, prachtige vissen, maar de omgeving en de kruip-door-sluip-door routes waren echt prachtig! De tweede duik hebben we bij een klein eiland gedaan, waar we in een klein uur omheen gezwommen zijn. Honderden vissen, slakken, kreeften en krabbetjes. Een hele bijzondere was de Orangutan Crab, wat zijn naam te danken heeft aan het feit dat het een soort harig, oranje krabbetje is, wat eruit ziet als een mini-orang-oetang (helaas geen foto van, maar google helpt altijd: http://www.photocean.com/images/komodo/orang1.jpg), erg cool! Verder veel Angelfish, Batfish, Clownfish (aka Nemo-fish), Lionfish, Pipefish, Puffers, Snappers etc. Na de duiken hebben we samen met de divemaster en drie dikke boeken plaatjes gekeken en verteld welke we allemaal gezien hebben, hoe die heten en of ze bijzonder zijn. Dit was erg educatief, en langzamerhand begint het allemaal meer te betekenen :)
Gister lekker een dagje kunnen relaxen, Jolanda heeft een boek gelezen (moest in één keer uit, want we mochten het niet meenemen uit het café) en ik heb een beetje weg zitten te tikken met uitzicht over zee, Bangka's en bergen. Het kan allemaal erger :)
Vanmorgen om 06:00h opgestaan om om 07:00h de boot te pakken naar Port Barton. Port Barton is een klein stadje aan zee, wat vanwege zijn beroerde bereikbaarheid door veel toeristen wordt overgeslagen (reden genoeg om dit stadje aan te doen, want we hebben toch geen haast :). Over onze bevindingen van dit stadje (dorpje) meer in onze volgende post :)
De boottocht op zich was zeker interessant, want onze ruim 5uur durende tocht door de nog steeds prachtige oceaan werd wreed verstoord door een tropische regenbui vlak voor, en tijdens, aankomst in Port Barton. Op zee leek het net alsof we de Bermuda Driehoek binnen voeren/vaarden/vieren* [doorhalen wat niet van toepassing is], de regenval was zo zwaar dat we rondom de boot een zicht van ongeveer 10-15meter hadden, en dus ineens niets meer zagen van de prachtige eilanden in de nabije omgeving. Toch was de regen meer dan welkom, omdat we na de eerste week nog niet helemaal gewend zijn aan de warmte.
Groeten van een doorregend stel,
Joeri & Jolanda
Ps. De oplettende lezer zal hebben gezien dat de foto bovenaan de pagina niet meer de standaard-foto is. De nieuwe foto is genomen op de Island-hopping-trip.